Het SCP meet sinds de decentralisaties in 2015 jaarlijks wat voor effect de Wmo, Jeugdwet en Participatiewet hebben op de gebruikers van deze wetten. Belangrijkste uitkomst dit jaar: de eenzaamheid van mensen die gebruik maken van de Wmo is erg hoog (20% voelt zich zeer eenzaam).

Verder blijkt dat mensen die gebruik maken van sociale voorzieningen niet altijd terug kunnen vallen op hun netwerk of professionals als ze in een probleemsituatie komen. Het SCP legde zeven probleemsituaties voor aan de respondenten. Deze situaties variëren van algemene dagelijkse handelingen tot het onderhouden van sociale contacten. Veel mensen krijgen niet bij al deze situaties hulp. Zo krijgt zo’n 60% van de multi-gebruikhuishoudens bij ten minste één probleemsituatie geen hulp. Dat kan betekenen dat de hulp en ondersteuning die mensen krijgen wel voldoet in het kader van de gevraagde voorziening, maar onvoldoende is om andere problemen op te lossen. Deze bevindingen pleiten voor een integrale benadering die de problemen van mensen centraal stelt, en niet de wettelijke kaders.

Andere opvallende punten uit de rapportage:

  • Van de mensen in de Wmo 2015 zegt ruim de helft niet zelf formulieren te kunnen invullen. Voor mensen in de Participatiewet en in multi-gebruikhuishoudens gaat het om ongeveer een derde. Ook 10% van de niet-gebruikers zegt dit niet te kunnen.
  • Voldoende inkomen en kunnen gaan en staan ‘waar je wilt’ zijn voor mensen het belangrijkste in het leven.
  • De kwaliteit van leven is lager van mensen die langdurig gebruik maken van een voorziening dan van mensen die er kort gebruik van maken.

Ga naar publicatie.