Meer maatwerk in de Wmo, meer regie voor bewoners in een instelling (maar wel minder mensen in een instelling), en de meeste mensen die thuis wonen ervaren persoonlijk nog niet veel van de verandering. Hun kwaliteit van leven, participatie in de samenleving en redzaamheid zijn hetzelfde gebleven. Overbelasting van mantelzorgers en eenzaamheid zijn wel toegenomen. Dat zijn de belangrijkste conclusies uit onderzoeken van het Sociaal en Cultureel Planbureau naar de Hervorming van de Langdurige Zorg (Wmo & Wlz), in opdracht van het ministerie van VWS.

Tegelijk ervaren professionals (vooral in de eerste lijn) sinds de hervorming van de langdurige zorg een hogere werkdruk. Ook vinden professionals en cliënten dat de afstemming op het grensvlak van de HLZ-wetten nog beter kan.  Wat wel is bereikt, is dat de houdbaarheid van ons zorgsysteem verbeterd lijkt. De groei van de uitgaven aan de zorg is afgevlakt.

Aanbevelingen

Het SCP geeft het ministerie van VWS drie aanbevelingen:

  1. Geef de praktijk de tijd. Deze evaluatie is al twee jaar na de hervorming van de wetten ingezet. Men moet de tijd krijgen om verandering in te zetten en die te laten landen. Behoud daarom voor nu de rust en verander niet te veel in de wetten.
  2. Natuurlijk zijn er ook een paar dingen die nu al aandacht behoeven. Zet daarom wel in op reparatie daar waar nodig is. Er is extra aandacht nodig voor:
  • Informatie over routes naar en tussen vormen van zorg en ondersteuning. Zowel inwoners als professionals hebben af en toe moeite met het vinden van de weg. Dit zou duidelijker kunnen.
  • Het grijze gebied tussen zorg thuis en in een instelling. Er is nu nog een groep mensen die tussen wal en schip vallen. Zorg thuis lijkt te zwaar, maar een instelling is wellicht niet nodig. Een aanbeveling is om op zoek te gaan naar nieuwe tussenvormen voor deze groep mensen.
  • Integrale toegang en regievoering over zorgdomeinen heen. Wie heeft de spilfunctie in de wijk? Hoe zorgen we voor integrale toegang?
  1. Bij het ontwerpen van de nieuwe wetten zijn een aantal aannamen onderliggend geweest. Zoals het idee dat iedereen kan participeren en zelfredzaam is. In de praktijk blijkt dit toch genuanceerder te liggen. De derde aanbeveling is daarom:  denk opnieuw na over de aannamen:
  • Voor welke groepen zijn meer participatie en (zelf)redzaamheid haalbaar?
  • Hoeveel informele hulp is echt beschikbaar?
  • In hoeverre is integraal werken in de praktijk mogelijk (te maken)?

Bekijk het volledige rapport

Bekijk het filmpje op YouTube