Wat is de samenhang tussen de manier waarop de gemeentelijke toegang tot jeugdhulp is vormgegeven en de inzet van gespecialiseerde jeugdhulp? Die vraag stond centraal in een driejarig onderzoek in vier West-Brabantse gemeenten. Factoren zijn geïdentificeerd die van invloed zijn op de inzet van gespecialiseerde jeugdhulp.
 
 

Conclusies

  • Naast mechanismen binnen de toegang zijn er veel contextfactoren van invloed op de inzet van gespecialiseerde hulp. Denk aan preventieve activiteiten, inzet van het voorliggende veld en vrijwilligers, doorverwijzen door huisartsen, en sturing op de kwaliteit en effectiviteit van gespecialiseerde hulp.
  • Op bestuurlijk-/ beleidsniveau is er steeds meer aandacht voor de kosten van jeugdhulp. Jeugdprofessionals richten zich bovenal op de kwaliteit van hulp; op uitvoerend (casus) niveau zijn kosten nooit doorslaggevend. Daar wordt ook niet expliciet op gestuurd.
  • In de praktijk is het voor sommige onderzochte gemeenten nog een uitdaging om de uitgangspunten van de jeugdwet, binnen de gegeven financiële randvoorwaarden, met elkaar te verenigen.
  • Als het in de praktijk niet haalbaar blijkt om de uitgangspunten van de jeugdwet met elkaar te verenigen, rijst de vraag op welk vlak de doelen bijgesteld kunnen worden. Is er bijvoorbeeld meer standaardisatie denkbaar of zou de looptijd van jeugdhulptrajecten vooraf begrensd kunnen zijn?
  • Er zijn hoge verwachtingen van het ‘voorliggend veld’ en ‘preventie’ om de transformatiedoelen te bereiken. Echter, de mogelijkheden van beiden kunnen meer worden benut. Het vergt vermoedelijk de nodige tijd en energie om alle partners in het voorliggend veld zodanig in stelling te brengen, dat zij een meer substantiële bijdrage aan de transformatie kunnen leveren.
Het onderzoek heeft een rijke beschrijving opgeleverd van mechanismen binnen de toegang en contextfactoren daarbuiten.
 

Aanbevelingen

  • Investeer in de ‘voorkant’ van het jeugdstelsel (preventie, voorliggend veld) om de transformatie te bewerkstelligen.
  • Investeer in kwaliteitsmonitoring én een structurele dialoog met zorgaanbieders over de uitkomsten hiervan.
  • Breng verwijzingen naar, en de inzet van het voorliggend veld in beeld.
  • Onderzoek de werking van mechanismen en contextfactoren op casusniveau, om te bepalen of het jeugdstelsel in de praktijk functioneert zoals dat beleidsmatig en bestuurlijk wordt beoogd.
  • Vergelijk de werking van het jeugdstelsel met andere gemeenten/regio’s in Nederland.
Monitoring en evaluatie
Toegang

Was deze publicatie nuttig?